Kennisgevingsprocedure voor het introductie in het Belgische leefmilieu van GGO's voor experimentele doeleinden

Deze pagina heeft voornamelijk betrekking op de toe te passen procedure voor veldproeven met genetisch gemodificeerde (GG) planten, maar ook voor experimentele (dus niet-commerciële) introductie in het milieu van een GGO (bijvoorbeeld insecten, vissen, zoogdieren, micro-organismen).

 

De veldproef met een GG plant is een logische stap in de ontwikkeling van nieuwe variëteiten met gewijzigde kenmerken. Na de genetische modificatie, de selectie, een eerste screening evenals de moleculaire analyse van de genetisch gemodificeerde lijnen in een laboratorium en in een serre, wordt overgegaan op kleinschalige proeven die het mogelijk maken om in het natuurlijke leefmilieu verschillende parameters te controleren, zoals de stabiliteit en de uitdrukking van het toegevoegde kenmerk(en), de landbouwkundige eigenschappen van de plant of de onschadelijkheid voor de mens en het leefmilieu. In de slotfase kruist men zorgvuldig vooraf geselecteerde lijnen met andere variëteiten om de overdracht van het transgene kenmerk(en) te bewerkstelligen naar verschillende variëteiten die aan verschillende klimatologische situaties, enz. zijn aangepast. Ten slotte worden de genetisch gemodificeerde lijnen, net zoals de traditionele variëteiten, getest vooraleer ze in de catalogus van de variëteiten worden ingeschreven.

Een persoon of een onderneming die een GGO experimenteel in het leefmilieu wil introduceren, moet over een voorafgaande schriftelijke toelating beschikken van de nationale overheid van het grondgebied waarop de introductie zal plaatsvinden.
In België wordt deze toelating momenteel uitgereikt overeenkomstig de beschikkingen in deel B van het Koninklijk besluit van 21 februari 2005.

Het indienen van een kennisgeving

Vooraleer een dossier in te dienen, wordt de kennisgever aangeraden contact op te nemen met de federal bevoegde overheid, voor een verduidelijking van de procedurele vereisten en de inhoud van het kennisgevingsdossier.
De vereiste informatie voor een kennisgeving is opgelijst in Bijlage III van het KB van 21 februari 2005.

De standaardprocedure voor nieuwe aanvragen van toelatingen wordt in Art. 15-18 van het KB van 21 februari 2005 beschreven, en in de figuur hieronder schematisch weergegeven.

fig4_2_nl.jpg

Samengevat wordt het kennisgevingsdossier door de bevoegde federale overheid (momenteel de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) in ontvangst genomen.
De bevoegde overheid vraagt de Bioveiligheidsraad vervolgens om advies betreffende de beoordeling van mogelijk risico's voor het leefmilieu en de gezondheid van de mens verbonden aan de veldproef.
Hieraan gekoppeld wordt een consultatieprocedure voor het publiek georganiseerd, die door de bevoegde overheid wordt gesuperviseerd. De relevante commentaren van het publiek betreffende de bioveiligheid worden door de Raad in aanmerking genomen bij de voorbereiding van zijn advies.
Tot slot wordt de beslissing betreffende de veldproef genomen door de federale minister(s) bevoegd voor Volksgezondheid en Leefmilieu, op basis van het advies van de Raad en de resultaten van de consultatie van het publiek. De minister van Leefmilieu van het gewest waar de proef wordt uitgevoerd, beschikt evenwel over een vetorecht.
Bijkomend wordt een SNIF gepubliceerd (Summary Notification Information Format = Samenvatting van de kennisgeving), die in het Engels moet opgesteld zijn. Een voorbeeld voor dit document is beschikbaar op de website van het Joint Research Center (JRC) van de Europese Commissie. De SNIF wordt naar de Commissie doorgestuurd alsook naar de lidstaten voor eventueel commentaar, en wordt op de website van de JRC gepubliceerd.

De bevoegde federale overheid kan toestaan dat slechts één kennisgeving wordt ingediend voor introducties van hetzelfde GGO of een combinatie van GGO's op dezelfde plaats of op verschillende plaatsen voor hetzelfde doel en binnen een beperkte tijdsduur.

Naast de klassieke procedure, kan de kennisgever ook voor de gedifferentieerde procedure kiezen, volgens Art 19 van het KB van 21 februari 2005. Deze procedure doet een beroep op de Europese Commissie en de Europese lidstaten, en is van toepassing op GGO's waarvoor voldoende ervaring is opgedaan binnen het kader van de introductie in bepaalde ecosystemen en die beantwoorden aan de voorwaarden van Bijlage V van dit KB.