Activiteiten van ingeperkt gebruik in België - Enkele cijfers

Alle activiteiten met GGO’s of pathogenen die plaatsvinden in een laboratorium, dierenverblijf, serre, ziekenhuiskamer of in een installatie voor grootschalige productie, moeten door de regionale overheid worden goedgekeurd. De betrokken instellingen zijn hoofdzakelijk universiteiten, wetenschappelijke overheidsinstellingen, ondernemingen van de farmaceutische industrie en klinische diagnoselaboratoria. Ook firma's die microbiologische testen verrichten in het kader van de kwaliteitscontrole van producten of de monitoring van het leefmilieu zijn aan die goedkeuring onderworpen.

Sinds 1994, het jaar waarin de wetgeving betreffende het ingeperkt gebruik van GGO’s of pathogenen van kracht werd, heeft de SBB nagenoeg 4700 gemotiveerde adviezen verleend aan de regionale overheden voor activiteiten verdeeld over meer dan 2000 dossiers. Slechts 2 van de 4700 gemotiveerde adviezen werden aangevochten. De kennisgevers protesteerden tegen de opgelegde inperkingsmaatregelen die volgens hen te streng waren in verhouding tot het risico en vroegen een aanpassing van de opgelegde voorwaarden. De aanpassing van de gebruiksvoorwaarden is voor één van beide gevallen aanvaard.

 

notif_cu_nl_2016_0.jpg

Figuur: Evolutie van het aantal kennisgegeven activiteiten per jaar in België

 

Tijdens de periode 2009-2017:

  • 41% van de activiteiten betroffen uitsluitend GGO’s en GGM’s;
  • 35% van de activiteiten betroffen uitsluitend niet-genetisch gemodificeerde pathogene organismen;
  • 20% van de activiteiten betroffen pathogene organismen en GGO’s/GGM’s;
  • 4% van de kennisgegeven activiteiten werden beschouwd buiten het toepassingsgebied te vallen van de besluiten betreffende het ingeperkt gebruik. Voor deze gevallen is de vergunning betreffende het ingeperkt gebruik niet vereist.

In alle gewesten samen is de verdeling van het ingeperkt gebruik van GGO’s of pathogenen per exploitatietype as volgt:

 

type_inst_cu_2016_0.jpg

Figuur: Verdeling van de activiteiten per exploitatietype (periode 2009-2017)

 

Laboratoria met een hoog inperkingsniveau

Het ingeperkt gebruik van GGO’s en/of pathogenen wordt in functie van een stijgende risicoschaal van 1 tot 4 ingedeeld. De inrichtingen van niveau 3 en 4 worden beschouwd als inrichtingen met een hoog inperkingsniveau.
België telt 79 kennisgegeven inrichtingen met inperkingsniveau 3. Dit aantal omvat de laboratoria (L3), de inrichtingen voor grootschalige productie (LS3) en de dierenverblijven (A3). Op het Belgische grondgebied is geen enkele inrichting met inperkingsniveau 4 geregistreerd.

De laboratoria met een hoog inperkingsniveau bieden onderdak aan activiteiten met GGM’s van risicoklasse 3 (bijvoorbeeld het hantavirus of de bacterie Brucella melitensis, allebei genetisch gemodificeerd), de grootschalige productie van bepaalde recombinante virale vectoren evenals bepaalde activiteiten met niet-genetisch gemodificeerde micro-organismen die uitermate pathogeen zijn voor mens of dier (bijvoorbeeld Mycobacterium tuberculosis, mond- en klauwzeervirus).

Deze inrichtingen kunnen in verschillende soorten exploitaties gelegen zijn, zoals universiteiten en wetenschappelijke overheidsinstellingen (24%), ondernemingen en privélaboratoria (40%), ziekenhuizen en klinieken (15%). Men kan ervan uitgaan dat alle inrichtingen met een hoog inperkingsniveau in België zijn kennisgegeven.

Naast de 79 eerder vermelde inrichtingen zijn er 25 laboratoria met een hoog inperkingsniveau die boviene spongiforme encefalopathieën met behulp van sneltests opsporen (L3-BSE). Deze laboratoria vormen een bijzondere categorie omdat zij niet aan alle technische karakteristieken van een conventioneel L3-laboratorium moeten beantwoorden en veeleer werkpraktijken alsook een heel strikt afvalbeheer in acht moeten nemen omdat prionen bijzonder resistent zijn tegen de klassieke inactiveringsmethoden.

=> Meer informatie hierover in het rapport “Inrichtingen met een hoog inperkingsniveau in België. Rapport: Periode 1995-2008.”