Kennisgevingsprocedure voor het introductie in het Belgische leefmilieu van GGO's voor experimentele doeleinden

Kennisgevingsprocedures voor introductie in het milieu van GGO's

Model in Word formaat voor:

Hulpmiddelen

Veldproeven met GG planten: Databases

Enkele cijfers


Bevoegde overheid op federaal niveau:
Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
DG Dier, Plant en Voeding
Dienst Voedingsmiddelen, Dierenvoeders en Andere Consumptieproducten

Galileelaan 5/2
1210 Brussel
Contact: Mathias De Mesmaeker

Tel: 02 524 97 97
 
Bevoegde overheid op regionaal niveau:

Deze pagina heeft betrekking op veldproeven met genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) en is van toepassing op de experimentele (d.w.z. niet-commerciële) introductie in het milieu van alle GGO's (bijvoorbeeld planten, micro-organismen, insecten, vissen en zoogdieren), met uitzondering van geneesmiddelen die uit GGO's bestaan of GGO's bevatten.

 

Een persoon of een onderneming (de kennisgever) die een GGO experimenteel in het leefmilieu wil introduceren, moet over een voorafgaande schriftelijke toelating beschikken van de nationale overheid van het grondgebied waarop de introductie zal plaatsvinden.
In België wordt deze toelating momenteel uitgereikt overeenkomstig de beschikkingen in deel B van het Koninklijk Besluit van 21 februari 2005.

Het indienen van een kennisgeving

Om een schriftelijke toelating te verkrijgen, moet de kennisgever een dossier, hierna "kennisgeving" genoemd, indienen bij de Belgische bevoegde overheid. Vooraleer een dossier in te dienen, wordt de kennisgever aangeraden contact op te nemen met de federal bevoegde overheid, voor een verduidelijking van de procedurele vereisten en de inhoud van het kennisgevingsdossier.

De informatie die in de kennisgeving moet worden verstrekt, wordt gespecifieerd in artikel 13.2 en Bijlage III van het (gewijzigde) KB van 21 februari 2005 inzake de doelbewuste introductie van GGO’s. De kennisgeving moet een technisch dossier bevatten met de informatie die nodig is om de milieurisicobeoordeling van het GGO uit te voeren, evenals het milieurisicobeoordelingsrapport zelf.

Het technisch dossier van een kennisgeving voor de introductie van een GG hogere plant dient gestructureerd te worden volgens Bijlage III B (zie model in Word formaat). De milieurisicobeoordeling dient gestructureerd te worden volgens Bijlage II D.2 (zie model in Word formaat).

Het technisch dossier van een kennisgeving voor de introductie in het milieu van GGO's andere dan hogere planten moet worden opgesteld overeenkomstig bijlage III A. De milieurisicobeoordeling dient gestructureerd te worden volgens Bijlage II D.1. 

Bijkomend wordt een SNIF gepubliceerd (Summary Notification Information Format = Samenvatting van de kennisgeving), die in het Engels moet opgesteld zijn, via de "E-Submission Food Chain platform" van de Europese Commissie.

Nota: De bevoegde federale overheid kan toestaan dat slechts één kennisgeving wordt ingediend voor introducties van hetzelfde GGO of een combinatie van GGO's op dezelfde plaats of op verschillende plaatsen voor hetzelfde doel en binnen een beperkte tijdsduur.

Procedure

De standaardprocedure voor nieuwe aanvragen van toelatingen wordt in Art. 15-18 van het KB van 21 februari 2005 beschreven, en in de figuur hieronder schematisch weergegeven.

fig4_2_nl.jpg

Samengevat wordt het kennisgevingsdossier door de bevoegde federale overheid (momenteel de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) in ontvangst genomen.
De bevoegde overheid vraagt de Adviesraad voor Bioveiligheid vervolgens om advies betreffende de beoordeling van mogelijk risico's voor het leefmilieu en de gezondheid van de mens verbonden aan de veldproef.
Hieraan gekoppeld wordt een consultatieprocedure voor het publiek georganiseerd, die door de bevoegde overheid wordt gesuperviseerd. De relevante commentaren van het publiek betreffende de bioveiligheid worden door de Adviesraad voor Bioveiligheid in aanmerking genomen bij de voorbereiding van zijn advies.
Tot slot wordt de beslissing betreffende de veldproef genomen door de federale minister(s) bevoegd voor Volksgezondheid en Leefmilieu, op basis van het advies van de Raad en de resultaten van de consultatie van het publiek. De minister van Leefmilieu van het gewest waar de proef wordt uitgevoerd, beschikt evenwel over een vetorecht.

Naast de klassieke procedure, kan de kennisgever ook voor de gedifferentieerde procedure kiezen, volgens Art 19 van het KB van 21 februari 2005. Deze procedure doet een beroep op de Europese Commissie en de Europese lidstaten, en is van toepassing op GGO's waarvoor voldoende ervaring is opgedaan binnen het kader van de introductie in bepaalde ecosystemen en die beantwoorden aan de voorwaarden van Bijlage V van dit KB.

© Sciensano - Version 1.0 (20260902.1)