Richtlijn biologische veiligheid voor diagnostiek en onderzoek inzake het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2)

Deze pagina werd het laatst bijgewerkt op 25/03/2020.

Dit document heeft als doel aanbevelingen te geven voor de risicobeoordeling en het risicobeheer van diagnostische en onderzoeksactiviteiten waarbij klinische stalen of culturen van het SARS-CoV-2 worden gemanipuleerd. Het is niet uitgesloten dat dit document wordt gewijzigd naarmate kennis (in virulentie, overdracht, replicatie,…) omtrent dit nieuwe virus evolueert.

Het verkeerd toepassen van de beheers- en/of inperkingsmaatregelen kan een risico vormen voor de gezondheid van de werknemers en de bevolking.

Inhoud

 

Risicobeoordeling van SARS-CoV-2

Het nieuwe virus dat verantwoordelijk is voor de epidemie van longontstekingen die eind 2019 in Wuhan (provincie Hubei, China) uitbrak, behoort tot de familie Coronaviridae. Coronavirussen zijn enveloppevirussen waarvan het genoom is samengesteld uit positief enkelstrengig RNA. Sommige coronavirussen infecteren mens en/of dier. In totaal zijn er 7 stammen van coronavirussen gekend die mensen kunnen infecteren.

SARS-CoV-2 (voorheen 2019-nCoV) behoort tot de Betacoronavirus, waartoe ook SARS-CoV en MERS-CoV behoren, gekend als zoönose die bij de mens ernstige tot dodelijke infecties veroorzaken. Ze zijn vaak afkomstig van vleermuizen, waarbij zonder duidelijke reden de soortbarrière plots werd overschreden en de mens werd geïnfecteerd, al dan niet via tussengastheren (Andersen et al., 2020).

Veel voorkomende symptomen bij patiënten die geïnfecteerd zijn met SARS-CoV-2 zijn koorts, hoest en kortademigheid. De infectie kan leiden tot een milde ziekte, maar ook evolueren tot een ernstige longontsteking met een acuut ademhalingssyndroom dat tot de dood kan leiden. Senioren en mensen met reeds bestaande chronische aandoeningen lijken kwetsbaarder. Het virus wordt ook gedetecteerd bij blootgestelde mensen die finaal geen duidelijke symptomen ontwikkelden (bronnen: CDC, WHO, Rothe et al., 2020). Het is momenteel onduidelijk in welke mate virusoverdracht mogelijk is via asymptomatische dragers.

Vandaag is het nog niet mogelijk om de ernst van de ziekte, veroorzaakt door SARS-CoV-2, met zekerheid te bepalen. SARS-CoV-2 heeft een homologie van iets minder dan 80% met die van SARS-CoV (bron: Zhou et al., 2020). Het zou ook dezelfde receptor gebruiken die aanwezig is op het oppervlak van de cellen die ze infecteren (bron: Callaway, 2020).

Het humaan coronavirus heeft in het algemeen de epitheelcellen van de luchtwegen en het maagdarmkanaal als belangrijkste doelwitcellen. Omwille van deze eigenschap vindt uitscheiding via deze organen plaats.

De overdracht tussen mensen ("person to person") van SARS-CoV-2 vindt zeker plaats door nauw contact, waarbij de slijmvliezen worden blootgesteld aan infectieuze druppels en aerosols die door een geïnfecteerde persoon worden voortgebracht. Bovendien kan overdracht van SARS-CoV-2 via de fecaal-orale weg (bron: Callaway, 2020) of via gecontamineerde fomieten (indirect contact) niet worden uitgesloten. Vandaag is niet vastgesteld dat het virus intrinsiek luchtoverdraagbaar ("airborne") is.

Bij gebrek aan nauwkeurige informatie over de eigenschappen van SARS-CoV-2 op dit moment, lijkt vanuit het voorzorgsprincipe een aanpak zoals toegepast bij SARS-CoV aangewezen (bron: WHO). In het laboratorium is overdracht van SARS-CoV mogelijk via (in)direct contact met de slijmvliezen (oraal, nasaal, oculair), inhalatie en ingestie, al dan niet via druppels, infectieuze aerosols en fomieten.

De infectieuze dosis van het virus is onbekend. Er zijn momenteel weinig gegevens beschikbaar inzake de stabiliteit van SARS-CoV-2 op oppervlakken en in het milieu. Algemeen is geweten dat de stabiliteit van een virus in het milieu afhankelijk is van verschillende factoren, waaronder de relatieve temperatuur, de vochtigheidsgraad, het oppervlaktype, de organische belasting, enz. Recente laboratorium-studies tonen aan dat qua persistentie het nieuwe coronavirus erg gelijkaardig is aan het SARS-CoV van 2003 (bronnen: Van Doremalen et al., 2020; WHO; Kampf et al., 2020). Indien deze preliminaire resultaten bevestigd zouden zijn, zou de persistentie bij kamertemperatuur op oppervlakken zoals plastiek en glas 72 uur bedragen, terwijl de overlevingstijd op materialen zoals staal, pleisterwerk, papier en karton, katoen, hout en koper lager zou zijn (respectievelijk 48 uur, 24 uur, 24 uur, 12 uur en 4 uur) (bronnen: Van Doremalen et al., 2020; WHO; Kampf et al., 2020). De studie toonde ook aan dat het SARS-CoV-2 minstens 3 uur overleeft in aerosols (bron: Van Doremalen et al., 2020). Hoewel er momenteel nog weinig gegevens zijn over de effectiviteit van bepaalde desinfectantia tegen SARS-CoV-2, lijkt er een consensus dat SARS-CoV-2 gevoelig is voor standaard laboratoriumdesinfectia, zoals 1% bleekmiddel (5 minuten), 70% ethanol (10 minuten) enz, die ook van toepassing zijn tegen andere omhulde virussen (bronnen: Kampf et al., 2020; Public Health Canada). Desinfectantia op basis van chlorhexidine zouden niet efficiënt zijn tegen het virus (bron: TCM).

Momenteel is er geen specifieke behandeling of vaccin voor SARS-CoV-2. Niettemin zijn kandidaat-vaccins en therapeutische moleculen vandaag in ontwikkeling in verschillende onderzoeksinstituten over de hele wereld. Met de huidige kennis over SARS-CoV-2 stellen de SBB en de dienst “Welzijn op het Werk” van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor om het virus te classificeren onder risicoklasse 3 (of risicogroep 3).

Voor meer informatie over SARS-CoV-2 en de dagelijkse evolutie van de epidemie, raadpleeg volgende websites:

 

Diagnostiek van stalen die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2

Onder de coördinatie van het Risk Management Group (RMG), waarin alle Belgische gezondheidsautoriteiten zijn vertegenwoordigd, is een procedure uitgewerkt voor het beheer van patiënten die mogelijk geïnfecteerd zijn met SARS-CoV-2, bestemd voor huisartsen en ziekenhuizen. De procedure definieert wat als een “verdacht geval” en een "bevestigd geval" van een met het virus geïnfecteerde patiënt moet worden beschouwd en beschrijft onder andere de isolatiemaatregelen die voor deze patiënt moeten worden genomen, alsook de voorgestelde persoonlijke beschermingsmaatregelen voor het personeel dat betrokken is bij de gezondheidszorg van de patiënt.

Met betrekking tot stalen die bij deze gevallen zijn genomen, heeft de RMG instructies inzake staalname en -transport opgesteld die moeten gevolgd worden. Deze instructies kunnen worden aangepast aan de SARS-CoV-2 situatie in België. Zie https://epidemio.wiv-isp.be/ID/Pages/2019-nCoV.aspx. 

De momenteel gebruikte virusdetectietesten worden rechtstreeks op de klinische stalen van de patiënt uitgevoerd en vereisen geen vermeerdering van het virus. Om blootstelling van de werknemer en de bevolking aan het virus te voorkomen, worden hieronder beschermende maatregelen voorgesteld die in diagnostische laboratoria moeten worden toegepast, rekening houdend met de risicobeoordeling van het virus op basis van huidige kennis.

De manipulatie van stalen van verdachte, waarschijnlijke en bevestigde gevallen valt steeds binnen het toepassingsgebied van de wetgeving inzake het welzijn op het werk (biologische agentia). Bovendien is de wetgeving inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde en / of pathogene organismen ook van toepassing in de volgende gevallen:

  • Elke doelbewuste vermeerdering en/of concentratie van het SARS-CoV-2 (culturen);
  • Elke manipulatie (inclusief opslag) van culturen van het SARS-CoV-2;

en

  • In context van onderzoek en ontwikkeling, elke manipulatie (inclusief opslag) van stalen afkomstig van personen waarvan besmetting met SARS-CoV-2 is bevestigd.

 

Aanbevelingen voor de laboratoria die SARS-CoV-2 manipuleren (klinische stalen en culturen)

Een manipulatie in open fase met klinische stalen van verdachte of bevestigde gevallen ter analyse van een SARS-CoV-2 besmetting, waarbij geen replicatie van het virus nodig is, zoals biochemische of neutralisatietesten (PCR, ELISA, serologie enz.), vereist een beheersingsniveau 2 met bijkomende maatregelen (Codex welzijn op het werk).

Een manipulatie in open fase van klinische stalen van verdachte of bevestigd gevallen voor de detectie van andere respiratoire pathogenen (zoals bv. het influenzavirus) of voor standaard diagnostiek in kader van patiëntenzorg (bv. bloedanalyses), vereist een beheersingsniveau 2 met bijkomende maatregelen (Codex welzijn op het werk).

De algemene beheersingsmaatregelen die nodig zijn voor deze activiteiten om het risico van blootstelling aan het virus bij het personeel, de bevolking en het leefmilieu te beperken, zijn beschreven in de Codex welzijn op het werk (biologische agentia) en de regionale wetgeving inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde en / of pathogene organismen (zie ook bijlage 1).

Bijkomende maatregelen:

De bijkomende beheersingsmaatregelen die moeten worden geïmplementeerd bovenop deze die vereist worden voor beheersingsniveau 2:

  • toegang tot het laboratorium moet worden beperkt tot opgeleid en bevoegd personeel;
  • het is noodzakelijk om de aanwezigheid van niet-betrokken personeel te beperken tijdens de manipulatie van mogelijk besmette stalen;
  • tijdens de voorbereiding van de stalen (voor de detectietest) moeten handschoenen worden gedragen ter bescherming tegen het virus. Deze handschoenen moeten voldoen aan de normen EN374-5, EN420 en ISO 16604;
  • de gebruikte uitrusting en beschermende kleding moeten specifiek zijn voor het laboratorium;
  • personeel dat kan worden blootgesteld aan aerosols en spatten moet gezichtsbescherming dragen (veiligheidsbril) en ademhalingsbescherming (maskertype FFP2). Deze maatregel is alleen van toepassing als de manipulatie van de stalen niet in een genormeerde microbiologische veiligheidskast (MVK) (EN12469) kan plaatsvinden;
  • speciale aandacht moet worden besteed aan de decontaminatie van werkoppervlakken en handen na de manipulatie;
  • het is beter om wegwerpmateriaal te gebruiken in plaats van herbruikbaar materiaal. Als herbruikbaar materiaal wordt gebruikt, moet het worden gedecontamineerd alvorens het te wassen voor hergebruik;
  • een spill-kit (bijlage 2) (met procedures die bij het personeel bekend zijn) is vereist buiten aan de ingang van het laboratorium waarin stalen die mogelijk met het virus zijn besmet, worden geanalyseerd, evenals in de ruimte waar de stalen worden ontvangen, tijdelijk opgeslagen of herverpakt voor elk type transport;

Om de blootstelling aan infectieuze aerosols te beletten:

  • alle "open" manipulaties van potentieel infectieuze stalen die mogelijks aerosols genereren, dienen uitgevoerd te worden in een genormeerde microbiologische veiligheidskast (MVK) (EN12469). Uit voorzorg wordt aanbevolen de door derden opgestuurde pakketten met stalen eveneens te openen in een genormeerde MVK;
  • het gebruik van een centrifuge met “safety cups” is vereist. De “safety cups” worden enkel in een genormeerde MVK geopend;
  • het afzuigen van vloeistoffen d.m.v. een vacuümgeneratiesysteem is enkel toegelaten indien deze uitgerust is met een HEPA-filter.

Opgelet bij gebruik van labo-apparatuur, gelieve na te zien dat deze geen aerosols genereren en/of voldoende wachttijd in te bouwen vooraleer deze te openen (30 minuten zijn afdoende voor het neerslaan van aerosols).

Om direct of indirect contact met het virus te beletten:

  • een wasvoorziening voor handdecontaminatie, voorzien van een niet-handmatige bediening, moet aanwezig zijn in het labo;
  • al het gebruikt materiaal dat de microbiologische veiligheidskast verlaat, alsook eventuele recipiënten (bloedbuizen en dergelijke), moeten bij het verlaten van de microbiologisch veiligheidskast adequaat gedecontamineerd worden.


Alle manipulaties met SARS-CoV-2 (stalen en culturen) in kader van onderzoek en ontwikkeling, inclusief in vivo en in vitro werken, worden gemanipuleerd in een faciliteit van beheersings- en inperkingsniveau 3, gezien de onzekerheden over het virus vandaag (zie ook Codex welzijn op het werk, regionale wetgeving inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde en / of pathogene organismen, toepassing van de wetgeving op pathogene micro-organismen en bijlage 1).

 

Referenties

 

Bijlage 1: Nuttige links naar de Belgian Biosafety Server

Deze site herbergt ook de documenten met volledige inperkingscriteria voor L2, L3 en A3.

In het kader van een onderzoek en ontwikkelingsactiviteit kan de opslag van biologisch materiaal (stalen, culturen,…) dat SARS-CoV-2 bevat, gebeuren in een lokaal buiten de inperkingszone op voorwaarde dat het voldoet aan deze vereisten.

Het intern transport van biologisch materiaal (stalen, culturen,…) dat SARS-CoV-2 bevat, dient te voldoen aan deze vereisten.

Kennisgeving van een bio-incident en/of laboratoriuminfectie met SARS-CoV-2: contained.use@sciensano.be; +32 2 642 52 93; of dit online formulier.

 

Bijlage 2: Inhoud van een spill-kit

Een spill-kit bevat idealiter:

  1. een doeltreffend desinfectans tegen SARS-CoV-2. Dit virus is gevoelig voor standaard desinfectiemiddelen die in het laboratorium worden gebruikt, zoals 1% bleekwater (5 min), 70% ethanol (10 min), etc. Opgelet, verdunde bleekwater-oplossingen zijn niet stabiel, bij gebruik in spill- kits is het dan ook verplicht deze enkel beschikbaar te stellen via een geconcentreerde oplossing die ad hoc verdund moet worden;
  2. persoonlijke beschermingsmiddelen: wegwerpschort, overschoenen, handschoenen (EN374-5, EN420 en ISO 16604), laboratoriumbril, mondmasker minimaal type FPP2 (EN149);
  3. voldoende absorberend materiaal om het groots mogelijk te verwachten volume in te dammen en te absorberen;
  4. "biohazard" vuilzak om finaal al het biologisch besmet materiaal te deponeren;
  5. instructies voor gebruik.

Bij voorkeur staat de spill-kit net buiten aan de ingang van het desbetreffende labo, gezien het aanbevolen is dat bij een incident waarbij mogelijk aerosols zijn gegenereerd (zoals een morsincident), de ruimte zo snel mogelijk te verlaten (vooral indien geen ademhalingsbescherming dient gedragen te worden tijdens de normale activiteiten in het labo). De ruimte wordt pas na 30 minuten (tijd nodig voor het neerslaan van aerosols) opnieuw betreden met gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen voor het opruimen van de spill en het vrijgeven van de ruimte (volgens instructies).